Hoogleraar: “Jeugd zit niet te wachten op de kloteklussen”

Nederland telt in een lage schatting ongeveer vier miljoen vrijwilligers die zich gemiddeld 4 tot 5 uur per week ergens belangeloos voor inzetten. Als het gaat om vrijwilligerswerk zijn we koploper in Europa. Toch is het in ons land nog lang niet overal even goed geregeld. Hoogleraar Lucas Meijs houdt zich op wetenschappelijk niveau bezig met vrijwilligerswerk. Maar hij kent ook de dagelijkse praktijk als geen ander. KROON sprak hem over onder andere de drijfveren van jongeren en wilde weten waarom het zo vaak mis gaat wanneer organisaties hun best doen om hun vrijwilligersbestand te verjongen.

Als hoogleraar onderzoek je onder andere de drijfveren van vrijwilligers van alle leeftijden. Kun je iets zeggen over die van jongeren: zijn die veel anders dan van volwassenen?
“Ja en nee. De belangrijkste redenen om vrijwilligerswerk te doen zijn voor alle leeftijden gelijk: ergens bij willen horen, iets voor een ander willen doen, je hobby delen met anderen: dat geldt voor alle leeftijden. Maar er zijn ook wel wat verschillen.”

Jongeren noemen ook relatief vaak dat ze het doen om hun carrièrekansen te vergroten. En daar kan vrijwilligerswerk natuurlijk perfect voor zijn. Je kunt er bijvoorbeeld praktijkervaring mee opdoen, je C.V. er mee oppoetsen of er mee onderzoeken of een bepaald beroep of vakgebied iets voor je is. Dat aspect speelt bij een volwassene veel minder. Laat staan bij een bejaarde. Bij het onderzoeken van de eigen interesses en baankansen hoort denk ik ook het feit dat jongeren vaker van vrijwilligerswerk switchen dan volwassenen. Ze zijn vaker bij kortdurende of eenmalige activiteiten betrokken.”

“Organisaties moeten het lef hebben de jongeren juist heel veel verantwoordelijkheden te geven.”

Veel organisaties hebben moeite jonge vrijwilligers te vinden. Heb je daar een verklaring voor?
“Tja, dat gaat eigenlijk vaak al mis met de vraag waarom ze per se jonge vrijwilligers willen hebben. Is dat om de gemiddelde leeftijd omlaag te brengen? Dat alleen is natuurlijk geen goede reden. Wat bij het werven van jongeren ook nooit goed meehelpt, is het imagoprobleem waarmee de jeugd kampt: jongeren zijn niet gemotiveerd, lui, niet capabel, egoïstisch en noem zo het bekende rijtje vooroordelen maar op. Maar als je dat al vindt, dan zul je die jongeren natuurlijk nooit fatsoenlijke klussen geven in je organisatie. Jongeren krijgen dan alleen simpele taken, het werk dat de organisatie zelf waarschijnlijk niet wil doen. Tja en op die kloteklussen zit de jeugd ook niet te wachten. Dus die laten het vervolgens weer afweten. En daar geef ik ze gelijk in. Alleen wordt het beeld van die luie en niet betrokken jongere dan wel weer bevestigd bij die organisatie. En zo is het cirkeltje weer rond…”

“Organisaties moeten het lef hebben de jongeren juist heel veel verantwoordelijkheden te geven. Dan zullen ze verbaasd staan hoeveel ze nog in hun mars hebben. Al weer een hele tijd geleden was er een project in Nederland waarbij jongeren zelf basketbaltoernooien organiseerden in wijken. Ze regelden echt álles zelf. Het lukte zelfs om Coca-Cola als sponsor aan te trekken. De betrokkenheid van de jongeren was gigantisch en de toernooien waren een succes. Ze haakten alleen af toen ‘de volwassenen’ de touwtjes toch weer in handen namen. Dat gebeurde op het moment dat er wethouders en politici lintjes gingen doorknippen, en hun communicatiemensen wel zeker wilden weten dat alles dan perfect geregeld was. En het reclamebureau van Coca-Cola wilde er vanaf dat moment natuurlijk wel zeker van zijn dat hun borden recht hingen…”

“Als ik dat naamkaartje had moeten dragen, was ik weggegaan.”

Jongeren voelden zich niet meer serieus genomen en min of meer aan de kant gezet. Als je betrokken jongeren wilt, dan moet je hen autonomie geven en respect hebben voor hun eigenheid. Natuurlijk zijn er grenzen in wat je jongeren wel en niet moet laten doen. Jongeren als vrijwilliger inzetten in een hospice (een instelling waar mensen met een ongeneeslijke ziekte in een huiselijke omgeving hun laatste dagen doorbrengen -red.) lijkt mij niet geschikt, daar moet je niet eens aan willen beginnen.”

Wat vindt u van de term ‘vrijwilliger’? Wij als redactie vinden het een beetje een softe term. Maar tegelijkertijd zouden we niet weten welke andere term de lading wél goed dekt. “Ik vind op zich helemaal niets mis met de term. Het gaat alleen wel heel erg mis als organisaties de term ‘vrijwilliger’ als functie gaan gebruiken. Wat ik daarmee bedoel? Ik zal een voorbeeld geven. Ooit was ik bij een instelling waar alle medewerkers een keurig naamkaartje droegen, met onder hun naam ook hun functie. De vrijwilligers niet. Die droegen alleen een naamkaartje met daarop heel groot:‘VRIJWILLIGER.’ Als ik dat naamkaartje had moeten dragen, was ik weggegaan. Ik zou me niet serieus hebben gevoeld. Noem vrijwilligers dus geen vrijwilligers, maar neem ze serieus en gebruik hun naam, noem de functie die ze hebben en geef aan dat ze vrijwilliger zijn.”

Tot een paar jaar geleden was een maatschappelijke stage verplicht op scholen. Iemand verplicht vrijwilligerswerk laten doen: dat is toch eigenlijk raar? “Ik vond de maatschappelijke stage fantastisch. Juist omdat het verplicht was. Als we vinden dat onze kinderen hun horizon moeten verbreden en ze in hun latere leven betrokken burgers moeten zijn, zullen we ze daarin moeten opvoeden. Want dat is lang niet bij iedereen in onze samenleving vanzelfsprekend. Terwijl werkgevers maatschappelijke betrokkenheid en inzet wel steeds belangrijker vinden, dus het is ook in je eigen belang. Inmiddels is de maatschappelijke stage niet meer verplicht, maar sommige scholen houden die er wel in. Wat me opvalt is dat dit in mijn stad, Rotterdam, vooral de ‘elitescholen’ zijn. Dat is erg jammer, want ik denk dat het voor iedereen goed is.”

“Vrijwilligerswerk mag best een beetje pijn doen.”

Gemiddeld doen Nederlanders vier uur vrijwilligerswerk per week. Hoe zie je dat in de toekomst: worden we minder of juist meer betrokken? “Er is geen enkele reden om te denken dat we de komende jaren minder vrijwilligerswerk gaan doen. Integendeel. Het is heel simpel: mensen doen vaak vrijwilligerswerk omdat ze gevraagd worden. En dat vragen wordt steeds gemakkelijker door social media. Via Facebook, Twitter en WhatsApp kun je al heel snel mensen mobiliseren voor een actie of evenement. Laten we eerlijk zijn: vier uur is natuurlijk niet veel. ‘Geen tijd’ kan eigenlijk nooit het excuus zijn. Maar ja, dan heb je ook nog de beleving van de definitie van vrijwilligerswerk. Waar leg je die grens? Amnesty organiseerde schrijfavonden, waar je brieven schrijft aan overheden om bijvoorbeeld gevangenen vrij te laten. Als we dat met zijn allen (terecht) vrijwilligerswerk vinden, is dan het delen of liken van een Facebook-bericht voor een goed doel dat dan ook niet?”

Je zei ooit: “Vrijwilligerswerk mag best een beetje pijn doen.” Wat bedoelde je daarmee?
“Klopt. Anders dan bij een gewone baan worden vrijwilligers niet blij gemaakt met geld. Dus hun motivatie is wat anders. En die zit hem er voor veel mensen in dat ze het gevoel willen hebben dat ze een offer brengen, iets redelijks pittigs moeten volbrengen. De ergste klacht die deze vrijwilligers kunnen hebben is dat ze achteraf zeggen: we waren met zijn vieren, maar we hadden het gemakkelijk met zijn tweeën kunnen doen. Te zwaar is ook niet goed, want aan het einde moeten ze wel het gevoel hebben dat iets af is. Ze moeten fluitend naar huis kunnen gaan!”

Lucas Meijs (geboren in 1963) is hoogleraar Strategische Filantropie & Vrijwilligerswerk aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij doet onderzoek naar onder andere het managen van vrijwilligers, maatschappelijk verantwoord ondernemen, vrijwilligerswerk door studenten en ontwikkeling door vrijwilligerswerk. In Nederland is hij een autoriteit op dit gebied.Hij publiceert er regelmatig over, geeft lezingen en treedt regelmatig op als deskundige voor radio en televisie.