Renske verruilde haar modellencarrière voor vrijwilligerswerk

Renske Wemer

Je zeven dagen per week tien tot twaalf uur per dag inzetten voor mensen die onder de armoedegrens leven. Hen helpen, omdat ze dubbel zo hard moeten werken om iets te bereiken. Dát is de missie van Renske Wemer (25) uit Groningen. Waarbij ze zich vooral richt op de kinderen en jongeren uit deze gezinnen. Een kennismaking met deze inspirerende duizendpoot en misschien wel de meest gedreven vrijwilliger van de gemeente Groningen.

Renske werd op haar 15e ontdekt als model, verhuisde op die leeftijd in haar eentje naar Milaan en woonde daar tot haar 19e. Daar zag ze met eigen ogen wat échte armoede is. “Daar leven in de arme wijken complete gezinnen op straat. Kinderen worden door hun ouders gedwongen te bedelen, op blote voeten – want dat ziet er zo zielig uit. Dat raakte me enorm. Ik gaf hen alleen geen geld, maar stopte hen in plaats daarvan eten of cadeautjes toe. Ik merkte dat kinderen hier veel blijer van werden. Want dat waren dingen waar ze zélf wat aan hadden. Het nadeel was dat ik op een gegeven moment een bekende voor hen werd. Zodra ze mij zagen kwamen ze op me af. Dat was natuurlijk niet altijd even prettig.”

Op haar 19e hield Renskes modellencarrière plotseling op. “Ik kreeg onverwachts een epileptische aanval door stroboscopisch flitslicht. Dat is natuurlijk funest als het je werk is voortdurend gefotografeerd te worden. Het afscheid van de modellenwereld viel me trouwens absoluut niet zwaar. Wat me steeds meer was gaan tegenstaan is dat het in die wereld totaal niet om jouw persoonlijkheid of karakter draait. Het enige wat telt is de buitenkant.”

“Na Milaan ben ik in Groningen gaan wonen. Daar heb ik me afgevraagd wat ik wilde. Het was me al snel duidelijk dat ik iets met mensen wilde doen die onder de armoedegrens leven. Ik heb bij de gemeente aangeklopt en heb in een werkgroep gezeten om te kijken hoe armoede in onze stad aangepakt moest worden. Daar ben ik veel in aanraking gekomen met mensen die onder de armoedegrens leven. Zo erg als in bijvoorbeeld Italië bleek het hier gelukkig niet te zijn. Maar vergis je niet: ook in onze stad is heel veel armoede.”

“Er zijn veel families die moeten rondkomen met een paar tientjes per week, en aangewezen zijn op de voedselbank. Als het echt uit de hand loopt is er heus wel hulp van allerlei instanties. Maar ik richt me juist op de gezinnen en kinderen die voor die instanties minder zichtbaar zijn. Het zijn vaak ook groepen die onzichtbaar zijn omdat ze de weg niet goed weten: niet weten waar ze moeten aankloppen voor hulp. Ik help ze daarbij en maak ze zelfstandiger. Ook ben ik voor deze doelgroep allerlei activiteiten gaan organiseren, van Sinterklaas- en kerstfeesten tot een dagje uit en vakanties in de zomer. Ik deed dat eerst gewoon in mijn eentje, vanuit mijn eigen huis. Maar dat werd op een gegeven moment meer en meer.”

“De meeste projecten kosten me geen geld, omdat er vaak wel manieren zijn om producten of diensten gratis te krijgen. Maar dat lukt natuurlijk niet altijd. Mijn vader gaf me daarom als tip er een stichting van te maken. Dat heeft verschillende voordelen. Het straalt veel meer vertrouwen uit richting de partijen met wie ik samenwerk, maar ik kan nu ook sponsoren aantrekken en donaties ontvangen waarmee ik mijn projecten kan financieren. Ook maakt een stichting het makkelijker de projecten met meer mensen uit te voeren.

Hoeveel tijd ik per dag aan mijn stichting besteed? Oei. Nou, meestal besteed ik de ochtenden aan mijn studie en aan werk, en vanaf twaalf of één uur ben ik dan vervolgens bezig voor de stichting.”

Hoewel ze de situatie van veel armoedegezinnen goed kent, leefde Renske zelf ook vier weken onder de armoedegrens. Als experiment. “Mijn huis en dus ook mijn koelkast werden leeggehaald, en ook mijn bankpasjes moest ik inleveren. Het eten kwam uit een precies nagebootste voedselbankhoeveelheid. En echt, het was nog erger dan ik dacht. Je wordt op een bepaalde manier buitengesloten van heel veel dingen. Vrienden die je vragen ergens wat te gaan eten of drinken moet je ‘nee’ verkopen. De stad ga je niet meer in, omdat je toch weet dat je niks kunt kopen. Lid worden van een club of vereniging is ook niet meer aan de orde. Je wereld wordt daardoor heel erg klein. En het ergste was: ik merkte dat ik gewoon anders werd behandeld, zodra mensen doorhebben dat je niks te besteden hebt en op minimabudget zit. Die vier weken waren echt een eyeopener voor me. Ik kan me daardoor nog veel beter inleven in de mensen voor wie ik nu werk.”

“Natuurlijk zijn er verschillende soorten rijkdom en armoede. Het gaat heus niet alleen om geld of om bezit. Iemand die weinig heeft, kan toch heel gelukkig zijn en zich rijk voelen. Maar helaas zijn in onze stad die twee dingen wel vaak gekoppeld. Mensen die onder de armoedegrens leven hebben vaak minder sociale contacten, doen minder leuke dingen en voelen zich buitengesloten. Met mijn acties kan ik hun situatie heus niet in een keer veranderen. Daarvoor moet er veel meer gebeuren. Maar ik kan wel zorgen voor een paar momenten van geluk, anderen het gevoel geven dat ze iets voor iemand betekenen en andersom: dat er mensen zijn die om hen denken. Met mijn stichting richt ik me dan ook vooral ook op die soorten rijkdom.”

“Armoede wordt binnen gezinnen vaak van ouder op kind doorgegeven. Het lukt veel gezinnen in Groningen gewoon niet om uit hun slechte situatie te komen. Met mijn stichting probeer ik dat patroon te doorbreken. Ik heb ook te maken met gezinnen die naast een minimaal inkomen ook onze taal of cultuur niet kennen, of een slechte start hebben gehad doordat ze geen opleiding hebben kunnen afmaken. Ook daar wil ik wat aan doen.”

“Ik ben nu bezig met een proefproject, waarbij ik jongeren coach bij het volgen van hun studie. Ik help ze bij het plannen van hun huiswerk, denk met ze na over hun vervolgstudie, bezoek open dagen met ze en noem maar op. Dingen die hun ouders niet doen of – als ze het wel zouden willen – niet kunnen door bijvoorbeeld taalproblemen. Ook belonen we goede schoolprestaties met een cadeau. Dit gaat via het opsparen van cijfers die in punten worden omgezet. Met die punten kunnen ze vervolgens een cadeau uitzoeken in de puntenshop.”

“Waarvoor ik het doe? Tja geen idee. Het is iets wat in jezelf moet zitten denk ik. Klasgenoten van vroeger zijn totaal niet verbaasd als ze horen wat ik nu doe. Het schijnt dat ik op de basisschool al degene was in de klas die altijd klaarstond voor een ander, en altijd in was voor het helpen fundraisen voor mensen in nood. Voor mij is dat heel gewoon, iets wat ik van mijn ouders heb meegekregen denk ik.”

“Ik stop heel veel tijd in sommige activiteiten of gezinnen, en natuurlijk is het dan leuk dat mensen dan laten blijken hoezeer ze het waarderen. Maar ik hoef echt geen dankjewel te horen. Sterker nog: eigenlijk wil ik niet dat de kinderen doorhebben dat mijn stichting ze helpt. Het liefst heb ik dat ze denken dat hun ouders het feestje of een activiteit geregeld hebben en niet ik. Maar ik heb wel eens meegemaakt dat een cadeau zonder wat te zeggen wordt aangenomen door een ouder en dat de deur vervolgens voor mijn neus wordt dichtgegooid. En ja, dat is dan best even slikken. Maar ik laat me daardoor niet uit het veld slaan. Zeker niet omdat het in de meeste gevallen heel anders gaat.”

“Wat ik met mijn toekomst wil? Ik studeer Pedagogische Wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen en dat wil ik afmaken. Maar ondertussen ben ik ook een stichting aan het opzetten voor een heel andere doelgroep: honden! Ik heb zelf een hond, en volg een opleiding tot hondentrainer en hondengedragdeskundige. Ik ben één van de initiatiefnemers van Jazzy’s Dog Backpack waarmee we via een hondenavondvierdaagse geld inzamelen voor een (therapie)zwembad bij Hondensport Hoogkerk. Ook willen we met Jazzy’s Dog Backpack dromen van hondenscholen proberen te realiseren en organiseren we vakanties voor honden naar bijvoorbeeld de Ardennen. Het klinkt raar, maar dit is voor mij echte ontspanning die me energie oplevert. Datzelfde heb ik ook met veel activiteiten van Renske’s Hearts of Gold. Met beide initiatieven heb ik nog volop plannen, maar uiteindelijk zal ik dat met meer mensen samen moeten doen. Maar voorlopig zal mijn slaaptekort nog wel even blijven!”

Met haar stichting Renske’s Hearts of Gold zet Renske zich in voor gezinnen die onder de armoedegrens leven. Op een heel praktische manier: ze regelt bijvoorbeeld kleding, speelgoed, fietsen en huishoudelijke spullen voor hen. Maar ze verzorgt ook activiteiten om kinderen en hun ouders meer qualitytime te geven. Vaak organiseert ze bijvoorbeeld gezinsuitjes, kinderfeestjes, sinterklaasvieringen, tieneruitjes, beauty-uitjes naar een kapper of schoonheidsspecialist, knutselochtenden, sportactiviteiten, muzieklessen en nog veel meer.

Meer weten? Kijk dan op: www.renskesheartsofgold.nl.